Actueel

Wittemer aanbevelingen aan de Limburgse bevolking

Open Brief aan de Limburgse Samenleving

Een antwoord op het armoedeplan

van de gemeente

Er staan woorden in de toekomst agenda sociaal domein en in het actieplan armoede die zouden kunnen duiden dat er mogelijk sprake kan zijn van een cultuuromslag. Men gebruikt woorden als regelarme en regelvrije inkomensondersteuning en men wil zelfs grenzen opzoeken en burgerlijk ongehoorzaam zijn. Maar het hangt ervan af wie deze woorden gebruikt en met welke intentie. Het vertrouwen in de burger is in de wetgeving niet aanwezig. Alles is gebaseerd op eigen schuld, misbruik en de grilligheid van de arbeidsmarkt die weer bepaald wordt door globalisering en het terugdringen van de kosten van arbeid. Het is al decennia aan de orde dat de sociale zekerheid is teruggebracht naar een minimaal vangnet. Economische zelfstandigheid is niet aan de orde. Het credo is voortdurend dat werken moet lonen en het verschil tussen uitkering en betaald werk groot moet zijn om te kunnen spreken van prikkels om te gaan werken. Armoede neemt toe en er is structureel te weinig betaald werk. Over 10-20 jaar staat tegenover elke werkende 1 niet werkende. Dit economisch stelsel moet fundamenteel op de schop.

Dit is alleen op te lossen door structureel anders te gaan denken. Over werk bijvoorbeeld. De inzet van burgers in niet economisch gedefinieerde arbeid verrichten telt niet mee. Dat moet fundamenteel anders. Inzet in de buurt, vrijwilligerswerk, mantelzorg , dienen de samenleving als geheel en voegen waarde toe aan ons leven. Economische zelfstandigheid betekent dat iedere burger voldoende financiële zekerheid van de staat moet krijgen om de normaalste zaken te kunnen betalen. Zoals wonen, opvoeding, zorg, cultuur, eten en participatie .Het verschil met de huidige bijstand en wat het zou moeten zijn is zo’n 700 euro. De richting om dat op te lossen is een onvoorwaardelijk basisinkomen. Tegelijkertijd moeten we lokale waarde (Maastrichtse munt) toekennen aan alle sociale bijdragen aan de lokale samenleving. We kunnen per buurt, straat, stadsdeel met elkaar afspreken dat elke bijdrage ingewisseld kan worden voor economische waarde bij deelnemende ondernemingen en organisaties. Dus ook bijvoorbeeld de gemeentelijke belastingen. Het beheer en de zeggenschap daarover zou moeten liggen bij zelfsturende buurtnetwerken/organisaties.

Burgers moeten het gevoel krijgen dat die andere wereld geen andere wereld is maar de wereld die ze zelf met elkaar scheppen. Tot nu toe wordt dit alles weggezet onder eigen kracht, de kanteling zonder dat er structureel sprake is van vernieuwing van de samenleving. Deze slogans worden nu gebruikt om bezuinigingen te laten opvangen door onbetaalde burgerinzet. Men houdt verschillende werelden en verschillende economische posities in stand. Geen gelijkheid. Sociale uitsluiting en ongelijkheid kunnen we pas fundamenteel aanpakken als we elke maatschappelijke inzet van burgers leren sociaal, economisch te waarderen. Als we de gezamenlijke waarde die zo in buurten en netwerken ontstaat ook verdelen in diezelfde buurt/netwerk zijn we bezig armoede en ongelijkheid op te lossen en zinvol, betaald werk te scheppen voor mensen die nu aan de kant staan.

Er zijn voorbeelden waar dit gebeurt. Dorpen waarin ieders bijdrage ( op basis van talenten, deskundigheid en betrokkenheid) een zelfde waardering krijgt en waarin de gezamenlijke waarde die gecreëerd wordt ook gezamenlijk opnieuw wordt verdeeld. Daarmee krijgt elke deelnemer het gevoel dat zijn of haar bijdrage, of het nou gaat om landarbeid, huizenbouw, onderhoud of industriële productie bedoeld is voor het gezamenlijk belang. Dan neem je afstand van het adagio dat mensen zelf in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor hun situatie en het oplossen van hun problemen. Samenleven doe je samen, ieders bijdrage op basis van zijn/ haar talenten wordt gewaardeerd. Winsten die door coöperaties worden verdiend worden ingezet om meer banen te creëren. Buurten bepalen zelf waar geld aan wordt uitgegeven en wat voorrang heeft. Daarvoor worden in buurten volksvergaderingen georganiseerd. Burgers moeten hier zelf in geloven dat dit kan gebeuren. Daarmee zit ik op een geheel andere lijn dan de gemeente die stelt dat :

“Lokaal beleid armoede niet kan voorkomen of oplossen. Lokaal beleid kan hoogstens de omvang en de duur van armoede beïnvloeden. “

Nee dus. De gemeente ontkent daarmee dat zij mee wil werken aan fundamentele oplossingen. Zij wil niet omdenken.

Het kan wel als we er in geloven. Met als overkoepelend doel dat we de sociale uitsluiting en de ongelijkheid die ontstaan door armoede, aanpakken.

Mensen zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun inbreng in de buurt en voor het collectief. Er zal energie gestoken moeten worden in het meekrijgen van de hele lokale gemeenschap. Immers de gemeenschap als collectief bepaalt de prioriteiten. Leden van het collectief beslissen over de inzet van middelen. Dat zal gaan met vallen en opstaan. Een voortdurend leerproces. Het leven dus.

Ik verwacht van inwoners dat zij zich actief inzetten om zelfredzaam te worden en/of te blijven en dat zij daarbij gesteund worden door de buurt collectieven/netwerken/coöperaties/welzijnswerk .

De lijnen van de gemeentelijke armoedeaanpak :

We (de gemeente)hebben, op basis van de input van alle verschillende gesprekken, besloten tot een armoedeaanpak op 4 hoofdlijnen: 1. preventie en vroeg signalering 2. aandacht voor schulden 3. het systeem in Maastricht eenvoudiger maken 4. verbinden!

We (de gemeente) zullen onze samenwerkingspartners uit de stad betrekken bij het ontwikkelen van activiteiten rondom armoede. Ons netwerk van vrijwilligersorganisaties “Samen uit de min” kan daarin een rol spelen.

Verder zien we dat ervaringsdeskundigen een belangrijke rol kunnen spelen in het overbrengen van informatie. Juist omdat zij uit eigen ervaring spreken, is er een betere aansluiting met de leefwereld van hen die in armoede leven.

Daarom willen we (de gemeente) in het voorjaar van 2016 een aparte netwerkbijeenkomst,een verbeter/versnellingskamer over dit onderwerp organiseren met in ieder geval de deelnemers aan het netwerk “Samen uit de min.”

 Ook willen wij ( de gemeente)de toegang tot schuldhulpverlening loskoppelen van de feitelijke uitvoering en willen de toegang tot schuldhulpverlening zelf gaan doen, en willen we vereenvoudiging van de procedures rondom saneringskredieten. We gaan daarvoor een projectorganisatie in het leven roepen.

Er komt een besloten forum/meldpunt op het gebied van bewindvoering, budgetcoaching of budgetbeheer.

Ook wij ( de gemeente) willen oefenen met dit thema en toetsen of de vooronderstelling klopt dat meer vertrouwen in mensen en het verkleinen van de armoedeval leidt tot meer participatie. Indien het experiment positieve resultaten heeft, gaan we onderzoeken of en op welke wijze we deze werkwijze kunnen inbedden en/of uitbreiden.

Samen uit de Armoede zal in 2016 haar eigen positie moeten versterken door samenwerking te zoeken met de vele verschillende armoede initiatieven die er zijn. Samen uit de armoede moet zich sterk blijven maken dat de direct betrokkenen, de burgers met eigen ervaringen als het gaat om armoede een sterkere positie krijgen dan nu het geval is.

Tegelijkertijd moeten we niet wachten op de oplossing van de “markt” en of initiatieven van de gemeente, maar eigen alternatieve vormen ontwikkelen. We kunnen daartoe zelf initiatieven nemen of aansluiten bij bestaande initiatieven en met onze ondersteuning versterken. Ik denk gierbij aan alternatieve zorgorganisaties, locale economie ontwikkelen en een lokale munt, zelfsturende projecten. We houden op ons af te zetten tegen een onmachtige overheid, tegen leugenachtige media en een tegen een elite die rijkdom heeft verworven door te parasiteren op onze werkkracht. We gaan zelf regelen waartoe de overheid niet in staat blijkt te zijn, we informeren elkaar over wat er werkelijk gebeurt in de wereld en we ontnemen de elite hun gereedschap om te parasiteren. En we bekrachtigen elkaar vanuit interesse in de ander in plaats van elkaar af te breken en te kleineren omdat we het beter menen te weten.

Huup Peters, januari 2016, ervaringsdeskundige van Samen uit de Armoede.

 

DDL-01-001-MA-20151217

Actieplan Maastricht

De gemeente Maastricht heeft haar actieplan om armoede te bestrijden openbaar gemaakt. Zie bijgaande pdf.

We zijn geinteresseerd in uw reactie: info@samenuitdearmoede.nl

actieplan armoedebestrijding 2016-2018 (2)

Armoede Actieplan Gemeente Maastricht: Onderzoek en Doen

Men baseert zich voor wat beleid betreft op de Toekomstvisie Sociaal Domein. Het gaat om een actieplan. Er zijn 4 lijnen waarlangs men zaken gaat aanpakken met als doel aanpakken sociale uitsluiting en ongelijkheid. Met speciaal aandacht voor kinderen.

  • Preventie en vroeg signalering. Komt een Geldkrant die breed verspreid gaat worden.

  • Schuldenproblematiek ( in 2016 nieuw beleidsplan met wellicht andere opzet richting Kredtietbank) en terugdringing beschermingsbewind door een nieuwe pool. Er is een Eropaf team en er wordt ook gekeken naar schuldstabilisatie naast sanering

  • Systeem eenvoudiger maken. Door experiment participatiewet ( basisinkomen), burgerlijke ongehoorzaamheid van SOZA/afkoop eigen bijdrage (€ 400) tot 130% WML en er wordt gebruik gemaakt van het Cultuurfonds (Stille Armen) voor ouderen

  • Verbinden via Samen uit de Min. Er komt uit het SIF een tenderregeling voor maatschappelijke organisaties

Er is landelijk een GoedeGierenfonds. Helpt bedrijven die in problemen zijn, voorkomen, dat het nog erger wordt.

Opmerkingen vanuit (advies)raden:

– missen maatschappelijke (ontwikkelings) context (onderwijs, buurten, arbeidsmarkt etc)

– monitoring

– cijfers

– vanuit verbinden vooral ervaringsdeskundigen inzetten

– komt extra landelijk geld voor armoedebestrijding ( 6,5 miljoen)

– doelgroepbenadering/diversiteit

Bewindvoering

Regeling-beloning-bewindvoerders

Tarieven-2015-uitgebreid

Pas OP je Geld!

Uitleg www.pasopjegeld.nl

Gemeente Maastricht en RSD Pentasz hebben gekozen om Pas op je Geld opnieuw te ontwikkelen naar een duurzaam webloket, gericht op het bieden van online ondersteuning voor mensen met budgetproblemen. Uitgangspunt hierbij is het stimuleren van de eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid. De vragen ‘wat kan ik zelf doen?’ en daarna ‘wat kunnen de omgeving en mijn sociaal netwerk voor mij betekenen?’ zijn daarbij leidend. De website biedt inwoners van Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen en Vaals inzicht in de eigen financiële situatie aan de hand van een situatieschets en biedt informatie en faciliteiten op maat om op eigen kracht een gezonde situatie te krijgen. Daarnaast geeft de website professionals en vrijwilligers een overzicht van bestaande lokale en landelijke initiatieven. Ten laatste biedt de website ook handvatten voor het ondersteunen van elkaar: degene die hulp nodig heeft, kan tegelijkertijd weer iets betekenen voor een ander. Of degene die inmiddels in rustiger vaarwater is gekomen, kan zijn of haar kennis inzetten om anderen op weg te helpen. Hiermee sluiten de doelstellingen van de gezamenlijke website aan bij beleidsmatig belangrijke uitgangspunten uit het sociale domein.

Daarnaast biedt Pas op je Geld verschillende doelgroepanalyses: aan de hand van iemands leeftijd, woon- en werksituatie en financiële situatie worden oplossingen op maat aangeboden. Zo worden bijvoorbeeld jongeren – een snelgroeiende groep die schulden maakt – bediend met op maat toegesneden en toegeschreven informatie. Uiteraard wordt wel waar mogelijk zoveel mogelijk gebruik gemaakt en doorverwezen naar andere (lokale) digitale instrumenten die beleidsmatig vanuit het sociale domein worden ondersteund. Voor Maastricht is dit bijvoorbeeld jalpmaastricht.nl, wehelpen.nl, maastricht.eigenkrachtwijzer.nl.

9 juni 2015 (uit de Correspondent)

Nederland geeft miljarden uit aan ‘activerend arbeidsmarktbeleid.’ Oftewel: alles wat we doen om werklozen aan een baan te helpen (van sollicitatietraining tot tegenprestatie). Vorig jaar schreef ik een kritisch stuk over deze werklozenindustrie. Nu is het tijd voor een update.

Conclusie van grootschalig onderzoek: de werklozenindustrie is nog steeds failliet

Anderhalf jaar geleden schreef ik een artikel over ‘het failliet van de Nederlandse werklozenindustrie.’ Ik sprak een reeks hoogleraren die het erover eens waren dat de meeste cursussen, trainingen en andere ‘reïntegratie’-activiteiten ronduit nutteloos zijn. Erger nog: sommige programma’s verlengen de werkloosheid.

Bas van der Klaauw, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit, hamerde erop dat we vooral beter onderzoek moeten doen naar de effectiviteit van ons werklozenbeleid. Zoals in een internationale studie uit 2005 al te lezen viel: ‘Nederland heeft geen traditie waarin beleid van begin af aan wordt geëvalueerd. Veel grootschalige programma’s zijn nooit onderzocht.’ Het komt volgens de onderzoekers ‘niet zelden’ voor dat een Nederlands programma maar één doel heeft: geld uitgeven.

Dat er meer onderzoek nodig is, drong een paar jaar geleden ook door tot de Tweede Kamer. Na een motie van de SP en de VVD in 2010 ging er in zes gemeenten een groot experiment van start. Negen experimentgroepen, die werden onderworpen aan negen verschillende reïntegratieprogramma’s, werden vergeleken met negen controlegroepen. Met als belangrijkste vraag: helpen al die sollicitatiecursussen, inspiratiedagen, coachingstrajecten en tegenprestaties eigenlijk wel?

De eerste resultaten hadden er begin 2013 al moeten zijn, maar het werd december 2014. Staatssecretaris Jetta Klijnsma stuurde toen een brief naar de Tweede Kamer met als bijlage het 88 pagina’s dikke onderzoeksverslag. In de media werd er geen aandacht aan besteed en ik moet eerlijk zeggen dat ikzelf vorige week pas op de brief stuitte.

Ik begrijp inmiddels waarom er weinig ruchtbaarheid aan is gegeven.

Laat ik de resultaten kort samenvatten. Omdat in drie experimenten iets misging met de onderzoeksopzet, bleven zes experimenten over om verslag van te doen:

  • Een gesprek met een ‘diagnoseadviseur’ in Enschede.
    Eindoordeel: geen effect.

  • Drie tot zes maanden begeleiding door een ‘programmamedewerker’ in Helmond.
    Eindoordeel: geen effect.

  • Een ‘inspanningsplan’ in Nijmegen, dat samen met de gemeente werd opgesteld.
    Eindoordeel: geen effect.

  • Een sollicitatietraining in Nijmegen gedurende zes bijeenkomsten van drie uur.
    Eindoordeel: geen effect.

  • Een ‘screening’ in Rotterdam: aan de hand van een vragenlijst werd het profiel van een werkzoekende opgesteld.
    Eindoordeel: geen effect.

In vijf van de zes experimenten bleek, kortom, dat het reïntegratieprogramma geen effect had. De experimentgroep had in al deze gevallen precies evenveel – of even weinig – kans op een betaalde baan. Uiteindelijk gaf slechts één programma, het zogenoemde WerkLoont uit Rotterdam, een paar procent extra kans op een betaalde baan (zij het slechter betaald dan de controlegroep) en een paar procent extra kans dat de deelnemer zonder werk én zonder uitkering kwam te zitten.

Hufters, losers of fraudeurs

Maar wie zich vervolgens in dit reïntegratietraject verdiept, stuit al snel op een vernietigend rapportBekijk het rapport van de Rotterdamse ombudsvrouw hier. van de Rotterdamse ombudsvrouw. Haar team van onderzoekers beschrijft nauwkeurig waarom veel van de deelnemers zich voelen weggezet als ‘hufters, losers of fraudeurs.’

Om zomaar een paar dingen te noemen:

  • De uitkeringsgerechtigden moeten twintig keer per maand solliciteren.

  • Ze worden geacht straten schoon te vegen die al schoon zijn.

  • Hun (medische) privacy wordt structureel geschonden.

  • Er wordt om de haverklap gesteld dat er iets mis is met hun inzet en houding.

  • Veel van de deelnemers rapporteren lichamelijke en psychische stressklachten.

  • De meesten durven geen officiële klacht in te dienen uit angst te worden gekort op hun uitkering.

Sommige mensen besloten überhaupt geen uitkering meer aan te vragen nadat ze was duidelijk geworden wat de gemeente met hen van plan was

Al met al lijkt het erop dat de uitgestroomde deelnemers een slechtere baan – of helemaal geen inkomen – verkozen boven de vernedering van WerkLoont. De meest voorkomende klachten (1. Intimidatie; 2. Zinloos werk; 3. Dreigbrieven van de gemeente) verklaren waarom de deelnemers aan het experiment iets sneller uit hun uitkering stroomden dan de controlegroep. Sommige mensen besloten überhaupt geen uitkering meer aan te vragen nadat ze was duidelijk geworden wat de gemeente met hen van plan was.

Het wordt nog erger. Uiteindelijk is het namelijk maar de vraag of die paar procent extra kans op een betaalde baan de werkloosheid in Rotterdam heeft teruggedrongen. Het is waarschijnlijker Correspondent Jesse Frederik legt in dit artikel uit waarom er al snel sprake is van verdringing.dat hier sprake is van verdringing: iemand van WerkLoont vindt een baan, iemand anders wordt werkloos.

Voor de gemeente is het vervolgens nog maar de vraag of de besparing op de bijstand genoeg is geweest om alle werkconsulenten, matchmakers, jobhunters en trainers van WerkLoont te betalen. Sterker nog: het zou goed kunnen dat de mensen die honderden keren zijn afgewezen, zinloos werk moesten doen en zich vernederd voelden, inmiddels ziek zijn geworden en in een duurdere uitkering zijn beland (de WIA). De Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde trok hier vorige maand nog over aan de bel: werkloosheid en ziekte lopen steeds meer in elkaar over.

Conclusie?

De Nederlandse werklozenindustrie is nog steeds failliet.

Stadsconferentie Arm in Arm over armoede.

Ik vond het twee keer niks. De eerste stadsronde was al een aanfluiting. Voor deze tweede bijeenkomst hadden de ambtenaren 4 thema’s bedacht dat in 4 werkgroepen besproken zou worden. De inleiding voorafgaand door de wethouder was een prima start. Goed verhaal. Maar de vraag blijft welke consequenties trekt de wethouder uit zijn eigen verhaal. De middelen die hij kiest zijn allemaal symptoom bestrijding. Het verlichten van de pijn, het weg vijlen van de scherpe randjes, met voorrang voor preventie. Hij zal vooral moeten uitvoeren wat wettelijk voorgeschreven is  en waar mogelijk wil hij randen opzoeken. Ik trek uit zijn verhaal verdergaande consequenties. Ons bestaand economisch- en geld stelsel zal die problemen niet oplossen. Het gaat om een structureel maandelijks inkomens tekort van enkele honderden euro’s. Dat moet je oplossen. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij de onderzoeken en experimenten met een basisinkomen. Of door ruilhandel met elkaar (gemeente, ondernemers, burgers, vrijwilligers, organisaties) in een systeem om te zetten ( denk aan de vroegere Matskring en met medewerking van STRO) met de waarde van een lokale munt die voor de deelnemers economische/sociale waarde betekent. Dat leidt tot bedrijvigheid, en tot versterking van de lokale economie en de bijdrage van iedereen op basis van eigen talenten. Uit vele onderzoeken blijkt dat de miljarden die we steken in re-integratie trajecten bar weinig resultaat opleveren. Nog steeds gaat de overheid uit van burgers die niet te vertrouwen zijn. Dat moet fundamenteel en 180 graden gedraaid worden.

Maar goed, zover zijn ze nog niet op de gemeente.

Ik heb deelgenomen aan 2 werkgroepen. De eerste was speed daten. Leuke mensen ontmoet maar niks concreets. De tweede groep mocht het alleen maar hebben over 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. Die discussie heeft nauwelijks wat opgeleverd. Hier voelde ik me helemaal in een korset zitten.

Ik had liever gezien dat de organisatoren waren aangesloten bij bestaande groepen, activiteiten en ideeën. Samen uit de Armoede heeft enkele maanden geleden een stadspleidooi georganiseerd. Met 6 thema’s. Uit die discussies zijn ideeën voortgekomen. Daar had je op moeten aansluiten. Met enige moeite had je – schat ik – de 40 aanwezige organisaties van tevoren kunnen bezoeken met de vraag:

Met wie willen jullie in contact, in gesprek, om verder te komen. Welke onderwerpen willen Julie met anderen bespreken. Dan had je aangesloten bij wat er aan de basis leeft en hen geholpen stappen vooruit te maken. Wat mij betreft een gemiste kans.

Twee keer had ik en de andere leden van Samen uit de Armoede mijn inbreng voorbereid. Wat ik wilde zeggen, hoe ik het zag, welke oplossingen gezocht moeten worden. Twee keer tevergeefs voorbereid en op papier gezet.

Ik denk dat we maar zelf weer een tweede Stadspleidooi moeten organiseren op basis van onze eigen ideeën.

Het kan ook zijn dat anderen wel goede ervaringen hebben opgedaan in andere thema groepen.

Huup Peters

CBS: ‘Maastrichtenaren hebben een

zeer laag inkomen’

Maastrichtenaren hebben gemiddeld gezien een inkomen dat behoort tot de laagste inkomens van Nederland. Op de lijst van 408 gemeenten staat Maastricht op plek 401.

Dat becijferde het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). De gemiddelde Maastrichtenaar verdient 20.900 euro. Dat is bijna de helft van wat een burger in Bloemendaal – nummer één op de ranglijst – verdient. In Bloemendaal wordt 39.200 euro per persoon per jaar verdiend. Opvallend is dat in Maastricht nog net iets minder wordt verdient dan in Heerlen (397e) en Kerkrade (396e).

Meerssen heeft het een stuk beter getroffen dan de Limburgse hoofdstad. Daar is de gemiddelde inwoner goed voor een jaarlijks inkomen van 26.500 euro en staat op de CBS-lijst op plaats 93. Eijsden-Margraten doet het ook goed (105e) met 26.200 euro.

In de onderste regionen vinden we steden als Leeuwarden (405e )met 20.700 euro terug. Groningen bevindt zich helemaal onder aan de lijst met 19.400 euro aan inkomen per inwoner. Wat grotere steden betreft staat Amsterdam op plek 325 met een gemiddeld inkomen van 23.300 euro. Rotterdam vinden we op een 386e positie met 21.600 euro.